In dit boek, dat wordt uitgegeven naar aanleiding van het eerste feest van de afstammelingen van Michel Verjans en Maria Gielen op 1 april 1995, wil ik u zoveel mogelijk informeren over onze afkomst.
Niet alleen de stam Verjans krijgt veel aandacht. Ook van de stammoeders wordt de herkomst beschreven. Want karaktertrekken en uiterlijken, of ze goed of slecht, mooi of minder mooi zijn, erven we van vader en moeder.
Om niet te vervallen in een loutere opsomming van namen en data, leek het mij interessant ook andere gegevens en anekdotes weer te geven. Dit geeft kleur aan een stamboom.
Wat valt er zoal op? Het merendeel van onze voorouders waren landbouwers in de streek van Merem en Schalkhoven. Het waren welstellende burgers. Geen van onze voorouders heeft ooit een hoge maatschappelijke functie bekleed.
Wat de Verjansen betreft heb ik een afstammingslijn kunnen opstellen van 12 generaties tot 1595. Voor Gielen tot 1752. Van de laatste generaties krijgt u enkel een overzicht.
Het opstellen van een stamboom is een arbeidsintensieve bezigheid en zonder de hulp van anderen kon dit werk niet tot stand komen. In naam van al de nazaten van Michel Verjans en Maria Gielen dank ik de mensen van de VZW Hoeseltse Geschiedkundige Studiegroep, met name Lea Boes, Christiane Jacobs en Piet Thoelen, Frans Maurissen van Bilzen, Maurice Verjans van Romershoven, Victor Knapen van Vliermaalroot en wijlen Eerw. Robert Rubens. Tevens dank ik al de familieleden en anderen die mij aan informatie hielpen.
Ongetwijfeld kan er nog meer i.v.m. onze afkomst gevonden worden. Mag ik U dan ook beleefd verzoeken om mij van alle nieuwe feiten (geboorten, huwelijken, overlijdens...) op de hoogte te brengen.
Veel gebruikte afkortingen:
-
o = geboren
-
+ = overleden
-
x = huwelijk
-
xx = 2de huwelijk.
Verjans Jos
Schalkhovenstraat 27
3732 Hoeselt
tel: 012 / 26 13 28
3
De familienaam komt veelvuldig voor in onze streek. De verklaring van de naam zou de volgende zijn. "Ver" in onze familienaam, duidt op vrouw. Oorspronkelijk was de naam Verjennen of Verjannen. Dit betekent ofwel vrouw van Jan ofwel vrouw van Johanna (Jenne). In een later stadium werd het Verians. Verder in dit boek gebruik ik gemakkelijkhalsve de huidige schrijfwijze: Verjans. Ontrent de evolutie van de schrijfwijze heb ik nog geen gegevens.
Het familiewapen, afkomstig uit het Brusselse, laat ons op een azuur-blauwe achtergrond een zilveren wassenaar (maansikkel), drie gouden lelies en een zilveren zwaard gekruist met een zilveren pluim zien. De betekenis achter deze symbolen is de volgende; Een lelie staat voor onschuld, reinheid, onthouding... Het zwaard betekent de vrije man. De wassenaar symboliseert de veranderlijkheid. De blauwe achtergrondkleur wijst trouw aan.
4
De familiekroniek van de Verjansen.
Verjans van Romershoven, Hoeselt, Schalkhoven, Werm, Bilzen, Tongeren,...naar alle waarschijnlijkheid zijn ze allen de verre nazaten van ene Laurentius Verjennen of Verjannen die in het begin van de 17-de eeuw, als enige toenmalige Hoeselaar van die familienaam, de stamvader werd van de wijdvertakte familie Verjans. In het huwelijksregister wordt de naam Veriennen gebruikt.
Generatie 1. Laurentius Verjannen, geboren einde 16-de eeuw, huwde een eerste keer met een zekere Margaretha. Zij schonk hem minstens 4 kinderen en overleed bij de geboorte van het laatste kind in 1625. Nog geen jaar later hertrouwde Laurentius met Catharina Motmans, van Hoeselt, die zijn nageslacht met nog zeker 3 eenheden vergrootte.
Uit elk van beide huwelijken zou één zoon de naam Verjans verder uitdragen tot op de dag van vandaag: Lambertus ( a ) en Walterus ( b ) Verjans.
Generatie 2a. Lambertus Verjans werd te Hoeselt geboren rond 1620. Hij huwde in 1647 met Gertrudis Geurden van Schalkhoven en vestigde zich in deze parochie: al zijn kinderen, 6 of 7, werden in Schalkhoven gedoopt. Een groot gedeelte, zoniet allemaal, van de huidige Verjansen van Romershoven stammen af van deze tak.
Generatie 2a.a. Ook zijn zoon Arnold Verjans huwde er , zelfs twee keer, en kreeg er 10 kinderen. Arnold kwam in 1706 om het leven ‘prope Leodium in via carbonaria’, ergens bij Luik, in de koolmijn. Slechts één van zijn zonen, Johannes, zette deze tak van de stamboom verder. Voor zover op te maken uit de eerder beperkte gegevens die uit de omliggende ‘dochterparochies’ van Hoeselt de tijd trotseerden, zou er op de drempel van de Franse Revolutie maar één mannelijke afstammeling van Johannes en Arnold meer overblijven: Edmundus Verjans, die in 1795 geboren werd, onwettige zoon van Ida Verjans, een achterdochter van Arnold.
Generatie 2a.b. Een andere zoon van Lambertus en Gertrudis, Aegidius Verjans, geboren te Schalkhoven op 4 februari 1653, kwam terug naar Hoeselt om er Agnes Stulens te trouwen en om zich aldaar te vestigen als smid. Agnes schonk hem 6 kinderen. Twee van zijn zonen werden volwassen: Lambertus en Johannes.
Generatie 2a.b.a. Lambertus Verjans, geboren te Hoeselt op 12 november 1685 huwde op 3 maart 1715 met Anna Hollants, inwoonster van Romershoven. Hij verhuisde naar Romershoven, waar zijn 6 kinderen geboren werden. Alle Verjansen die hun voorvaderlijke wieg in Romershoven weten staan, stammen uiteindelijk af van deze Lambertus. Zijn nazaten brachten de naam - en de stam- ook terug naar Schalkhoven, droegen hem uit naar Tongeren en van daar zelfs naar Ierland...
5
Generatie 2a.b.b. Johannes Verjans, geboren te Hoeselt op 20 mei 1690, huwde in 1717 met Johanna Ghijbels van Bilzen. Hij bleef in Hoeselt wonen en kreeg er 8 kinderen. Drie van zijn zonen Gisbertus, Johannes en Gerardus bleven ter plekke, huwden er en zetten er de ‘Hoeseltse ‘ lijn verder.
Keren we terug naar de stamvader Laurentius Verjannen. Uit zijn tweede huwelijk met Catharina Motmans werden 3 zonen geboren. Enkel over de tweede zoon Walter vindt men in de parochieregisters verdere gegevens...
Generatie 2b. Walterus Verjans, geboren te Hoeselt op 27 november 1630, leidde een lang en frivool jonkmansleven waarin anno 1667 een abrupte verandering kwam: hij werd gekonfronteerd met een dubbel ‘nakend’ vaderschap. Waarschijnlijk heeft hij gekozen voor de ‘beste’ partij: hij huwde te Tongeren (!)op 26 mei 1667 Anna Brauns, de dochter van de pachter van Grote Bivelen. In augustus van dat jaar kwam zijn eerste afstammeling ter wereld: de onwettige van een niet-vernoemde moeder. Zijn ‘wettige’ zoon Laurentius zag het levenslicht op 13 oktober. Vervolgens werd het gezin nog met 7 andere kinderen gezegend.
Generatie 3a. De oudste zoon van Walterus Verjans en Anna Brauns, Laurentius Verjans, geboren te Hoeselt op 13 oktober 1667, deed niet onder voor zijn vader. In juli 1697 duidde Elisabeth Snellings hem aan als de (onwettige) vader van haar pasgeboren kind. Hijzelf trouwde in november van datzelfde jaar met Maria Moffarts van Merem, Bilzen. Hun oudste zoon Walterus kwam te Bilzen ter wereld op 2 januari 1698. Hun drie andere zonen werden te Hoeselt geboren. Later verhuisde het gezin naar Bilzen, waar hun kinderen trouwden en zo kwamen de Verjansen in Bilzen. Maria erfde van haar ouders een boerderij te Merem.
Verder voeg ik hierbij de inleiding en het slot van een delingsakte uit 1747. Het zijn de goederen van wijlen Laurentius Verjans en Maria Moffarts en de onverdeelde goederen van haar ongehuwde broers, Willem en Renier. Er worden vier loten verdeeld onder hun kinderen. In totaal gaat het over +/- 200 roeden, geen klein koekje voor die tijd. Ten tijde van deze deling waren er heel wat gronden belast met een of ander stelsel van cijnzen of belastingen. b.v. met een vat tarwe Tongerse maat (=29 liter), of met 5 broden voor de armen, of met een jaarlijkse leesmis, met een Curinger leen. Merken we ook op dat de ondertekenaars van de akte hun naam niet konden schrijven, ze ondertekenden door een kruisje te tekenen. En de familienaam is Verians.
6
8
Verjans van Romershoven, Hoeselt, Schalkhoven, Werm, Bilzen, Tongeren,...naar alle waarschijnlijkheid zijn ze allen de verre nazaten van ene Laurentius Verjennen of Verjannen die in het begin van de 17-de eeuw, als enige toenmalige Hoeselaar van die familienaam, de stamvader werd van de wijdvertakte familie Verjans. In het huwelijksregister wordt de naam Veriennen gebruikt.
Generatie 1. Laurentius Verjannen, geboren einde 16-de eeuw, huwde een eerste keer met een zekere Margaretha. Zij schonk hem minstens 4 kinderen en overleed bij de geboorte van het laatste kind in 1625. Nog geen jaar later hertrouwde Laurentius met Catharina Motmans, van Hoeselt, die zijn nageslacht met nog zeker 3 eenheden vergrootte.
Uit elk van beide huwelijken zou één zoon de naam Verjans verder uitdragen tot op de dag van vandaag: Lambertus ( a ) en Walterus ( b ) Verjans.
Generatie 2a. Lambertus Verjans werd te Hoeselt geboren rond 1620. Hij huwde in 1647 met Gertrudis Geurden van Schalkhoven en vestigde zich in deze parochie: al zijn kinderen, 6 of 7, werden in Schalkhoven gedoopt. Een groot gedeelte, zoniet allemaal, van de huidige Verjansen van Romershoven stammen af van deze tak.
Generatie 2a.a. Ook zijn zoon Arnold Verjans huwde er , zelfs twee keer, en kreeg er 10 kinderen. Arnold kwam in 1706 om het leven ‘prope Leodium in via carbonaria’, ergens bij Luik, in de koolmijn. Slechts één van zijn zonen, Johannes, zette deze tak van de stamboom verder. Voor zover op te maken uit de eerder beperkte gegevens die uit de omliggende ‘dochterparochies’ van Hoeselt de tijd trotseerden, zou er op de drempel van de Franse Revolutie maar één mannelijke afstammeling van Johannes en Arnold meer overblijven: Edmundus Verjans, die in 1795 geboren werd, onwettige zoon van Ida Verjans, een achterdochter van Arnold.
Generatie 2a.b. Een andere zoon van Lambertus en Gertrudis, Aegidius Verjans, geboren te Schalkhoven op 4 februari 1653, kwam terug naar Hoeselt om er Agnes Stulens te trouwen en om zich aldaar te vestigen als smid. Agnes schonk hem 6 kinderen. Twee van zijn zonen werden volwassen: Lambertus en Johannes.
Generatie 2a.b.a. Lambertus Verjans, geboren te Hoeselt op 12 november 1685 huwde op 3 maart 1715 met Anna Hollants, inwoonster van Romershoven. Hij verhuisde naar Romershoven, waar zijn 6 kinderen geboren werden. Alle Verjansen die hun voorvaderlijke wieg in Romershoven weten staan, stammen uiteindelijk af van deze Lambertus. Zijn nazaten brachten de naam - en de stam- ook terug naar Schalkhoven, droegen hem uit naar Tongeren en van daar zelfs naar Ierland...
Generatie 2a.b.b. Johannes Verjans, geboren te Hoeselt op 20 mei 1690, huwde in 1717 met Johanna Ghijbels van Bilzen. Hij bleef in Hoeselt wonen en kreeg er 8 kinderen. Drie van zijn zonen Gisbertus, Johannes en Gerardus bleven ter plekke, huwden er en zetten er de ‘Hoeseltse ‘ lijn verder.
Keren we terug naar de stamvader Laurentius Verjannen. Uit zijn tweede huwelijk met Catharina Motmans werden 3 zonen geboren. Enkel over de tweede zoon Walter vindt men in de parochieregisters verdere gegevens...
Generatie 2b. Walterus Verjans, geboren te Hoeselt op 27 november 1630, leidde een lang en frivool jonkmansleven waarin anno 1667 een abrupte verandering kwam: hij werd gekonfronteerd met een dubbel ‘nakend’ vaderschap. Waarschijnlijk heeft hij gekozen voor de ‘beste’ partij: hij huwde te Tongeren (!)op 26 mei 1667 Anna Brauns, de dochter van de pachter van Grote Bivelen. In augustus van dat jaar kwam zijn eerste afstammeling ter wereld: de onwettige van een niet-vernoemde moeder. Zijn ‘wettige’ zoon Laurentius zag het levenslicht op 13 oktober. Vervolgens werd het gezin nog met 7 andere kinderen gezegend.
Generatie 3a. De oudste zoon van Walterus Verjans en Anna Brauns, Laurentius Verjans, geboren te Hoeselt op 13 oktober 1667, deed niet onder voor zijn vader. In juli 1697 duidde Elisabeth Snellings hem aan als de (onwettige) vader van haar pasgeboren kind. Hijzelf trouwde in november van datzelfde jaar met Maria Moffarts van Merem, Bilzen. Hun oudste zoon Walterus kwam te Bilzen ter wereld op 2 januari 1698. Hun drie andere zonen werden te Hoeselt geboren. Later verhuisde het gezin naar Bilzen, waar hun kinderen trouwden en zo kwamen de Verjansen in Bilzen. Maria erfde van haar ouders een boerderij te Merem.
Verder voeg ik hierbij de inleiding en het slot van een delingsakte uit 1747. Het zijn de goederen van wijlen Laurentius Verjans en Maria Moffarts en de onverdeelde goederen van haar ongehuwde broers, Willem en Renier. Er worden vier loten verdeeld onder hun kinderen. In totaal gaat het over +/- 200 roeden, geen klein koekje voor die tijd. Ten tijde van deze deling waren er heel wat gronden belast met een of ander stelsel van cijnzen of belastingen. b.v. met een vat tarwe Tongerse maat (=29 liter), of met 5 broden voor de armen, of met een jaarlijkse leesmis, met een Curinger leen. Merken we ook op dat de ondertekenaars van de akte hun naam niet konden schrijven, ze ondertekenden door een kruisje te tekenen. En de familienaam is Verians.
Verder heb ik nog een aantal feiten i.v.m. de familie Moffarts te onthullen. Twee broers van Maria noemden Renerus en Henricus. Renerus is in 1706 naar Oost-Indië vertrokken. Toch wel opmerkelijk denk ik. Henricus, de jongste broer van Maria, is garnizoensoldaat te Namen in dienst voor het Hollands leger. Henricus verblijft geregeld in de kroeg “Het Vuylwames” ( de vertaling laat ik aan u over) te Veldwezelt en stapelt er heel wat schulden op. Henricus verklaart zijn bezittingen , zijnde zijn deel in vier roeden winhof, zijn deel in de boerderij te Merem en het onverdeelde deel van zijn broer Renerus, aan zijn petekind, Renerus Verjans, te schenken. In ruil daarvoor moet deze zijn schulden aflossen en onderdak verlenen. Tevens moest Renerus Verjans bij de dood van Henricus vijf Brabantse stuivers schenken aan de bouw van de Sint-Lambertuskerk te Luik. Na de dood van Henricus beweert Gerard Cornelissen, voogd van de weeskinderen van Hendrik Verjans, en de dochter van Walterus Verjans dat Henricus Moffarts zijn testament in stomdronken toestand zou opgemaakt hebben. En dat de cafébaas hierbij getuigen was lokte een hevige discussie uit.
In 1747 vond ook de Slag van Lafelt plaats. Het sterftecijfer was in dat jaar opmerkelijk hoger.
Generatie 3b. Aegidius Verjans, geboren te Hoeselt op 16 februari 1680 als achtste kind in gezin Walterus Verjans en Anna Brauns, huwde in 1709 Maria Hollants uit Romershoven. Van hun 8 kinderen werden de 6 oudsten in Hoeselt geboren, de twee jongsten in Romershoven, waar het gezin ondertussen was komen wonen. Alhoewel twee van hun zonen in Romershoven trouwden en er gezinnen stichtten, blijkt toch dat vanaf de 2-de helft van de 19-de eeuw deze tak van de Verjansen uit Romershoven verdwenen is. De enige zoon van Aegidius die zich tot de dag van vandaag op zijn nageslacht mag beroemen is Henricus.
Generatie 3b.a. Henricus Verjans werd geboren te Romershoven op 3 april 1727. Hij huwde op 28 oktober 1755 Catharina Moosen van Hoeselt, die hem reeds op 5 september van dat jaar een zoon had gebaard. Henricus kwam in Hoeselt in het Kruis wonen en werken als wever-dagloner. Het gezin Verjans-Moosen kreeg 11 kinderen waaronder een drieling en een tweeling. Deze drieling was in Hoeselt een unicum: zij vormen de enige drievoudige geboorte die in de doopregisters genoteerd staat. Nog om een andere reden is de geboorte van deze drieling uitzonderlijk : het eerste kind kwam ter wereld op 9 juni , het tweede op 11 juni en het derde op 12 juni 1768. Alle drie stierven ze op 30 juni 1768. Een jaar later schonk Catharina het leven aan een tweeling... Ten minste 2 kinderen uit dit gezin trokken naar Stokkem en introduceerden de naam in de omgeving. Een telg uit deze tak vestigde zich te Sittard en heden ten dage wonen die Verjansen tot in Friesland toe...
Generatie 4. Renerus Verjans, jongste zoon van Laurentius Verjans en Maria Moffarts, geboren in 1705 te Hoeselt, huwde in 1743 met Margareta Mercken. Margareta was afkomstig van Beverst. Er werden zeven kinderen geboren: Laurens, Gertrudis, Renerus, Adamus, Renerus, Catharina en Elisabeth. Een aantal van hen hebben te Merem een gezin gesticht. We merken op dat vaak de naam van de vader bij meerdere van zijn kinderen voorkomt. Dit komt in deze periode meer voor. Men wilde het vorige geslacht niet vergeten en wilde het laten herleven in de kinderen. Ook bij kindersterfte kreeg het volgende kind dezelfde naam.
9
Ferrariskaart 1760
10
Generatie 6a. Renier Verjans, zoon van Laurens en Joanna Palmaers, is een van de stamvaders van Renier Verjans. Deze is momenteel Deken van Borgloon.
Generatie 6b. Daniël was brouwer en herbergier in de Brugstraat te Bilzen. De zaak noemde “In den Rink”. Hij ligt aan de basis van de tak die reikt tot de familie Rubens die in de Korenstraat een ijzerwarenwinkel uitbaat. In 1907 huwde Adolf Rubens met Maria Verjans, geboren in 1886 te Herderen. Robert, een broer van Maria, was van 1929 tot 1943 Deken van Tongeren. Hij verhief de kerk van Tongeren tot Basiliek.
Generatie 6c. Henricus L. Verjans, geboren op 6 april 1802 als jongste zoon van Laurens en Joanna Palmaers, huwde in 1832 met Palmaers M. Agnes. M. Agnes is ‘n dochter van Michel Palmaers en Catharina Raymaekers, eveneens een landbouwersgezin. Henricus L. was landbouwer te Merem. Er sproten uit dit huwelijk Laurens, Michel, Jeanne, Willem, Filomena en Catharina. Aan onze stamvader, Laurens, wordt een apart hoofdstuk gewijd.
11
Het gezin Cornelis Clerx en Elisabeth Daenen van Merem had vijf kinderen: Francis, Gauthier, Jeanne, Maria-Anna( geboren in 1830) en Hubert. In 1863 woonden de eerst vier in Merem. Jeanne huwde er met Matheus Thijs, Maria Anna huwde er met Laurens Verjans. De jongste Hubert huwde en ging in Werm wonen. De ongehuwde Francis Clerx schonk een deel van zijn bezittingen aan zijn schoonbroer Laurens Verjans. Ook de boerderij en de kapel.
De verdere herkomst van de Clerxen is nog niet opgezocht, maar waarschijnlijk stammen ze af van de Clerxen die meer dan drie eeuwen het leven bepaalden op de pachthoeve Grote Bivelen. Omstreeks 1645 huwt Aerts Clerx er met Liesbeth Somers, weduwe van Hendrik Brauns. Hendrik en Liesbeth waren ook de ouders van Anna Brauns. Anna Brauns huwde (moest) met Walterus Verjans, onze stamvader. Zie de familiekroniek van de Verjansen. Zo ‘n situatie, waarbij een voorouderpaar meerdere malen voorkomt in een stamboom noemt men in het stamboomonderzoek of genealogie kwartierherhaling.
14
Laurens Verjans en Anna Clercx.
Generatie 7.
Laurens, geboren te Merem in 1833, was de oudste zoon van Henricus Verjans en M. Agnes Palmaers. Laurens, ook wel eens “Lange Lens” genoemd, huwde in 1857 met Anna Clercx eveneens van Merem. Laurens baatte een steenbakkerij en een boerderij uit in de Haakstraat te Merem. Laurens bezat en kocht veel onroerende goederen. Hij kocht (of was het erven via een koop ? ) van Francis Clerx, oudste en ongehuwde broer van Anna Clerx, heel wat bezittingen. Zo kocht hij o.a. op 20 juni 1874 voor 5000 frank een boerderij: bestaande uit een huis met stallingen, met de daarbij horende kapel, een tuin en twee boomgaarden. Francis Clerx erfde deze boerderij van zijn ouders, Cornelis Clerx en Elisabeth Daenen, die ze op hun beurt van de familie Daenen erfden. Deze boerderij word thans bewoond door Valentine en Agnes.
Laurens Verjans
15
De tweede, Elisabeth, huwde met Willem Lambrechts uit Hoeselt. ( Willem werd later de peter van mijn vader, Libert Verjans). Elisabeth is bij de geboorte (15 feb 1883) van een tweeling overleden. Een kind van deze tweeling overleed eveneens bij de geboorte. Hun enige dochter uit dit huwelijk, Elisabeth, trouwde met Johannes-Gerardus Zegers van Martenslinde. Dit waren de ouders van " die van Lin": Johannes-Gerardus, Albert, Jozef, Egidius, Willy, Paul , momenteel missionaris op Hawaï, Maria, Martha, Viktor, ex-pastoor van Kanne.
Dan komen de beruchte vrijgezellen: Agnes, Henri, Jozef, Josephine en Annette. Deze godvruchtige overtantes en -nonkels waren zeer trouw aan hun geloof. Maar als de Heer sprak over "Ga en vermenigvuldig U " begrepen ze er niets van. Of was het met de bedoeling om de nogal grote koek niet in te veel stukjes te moeten verdelen. Deze vrijgezellen waren ook niet altijd even goed gezind. Soms was hun logica ver zoek. Ook de vrijers van de dochters van Michel, Antonie en Maria, werden niet begrepen. Voor negen uur s'avonds konden ze ophoepelen. Van afscheid nemen aan de poort was niet veel sprake: er was altijd tenminste één pottenkijker. Jozef kwam nogal eens in de problemen, als hij onder een ceuleman zijn geld ging natellen en er een stevige bries kwam opzetten. Josephine had een langdurige ziekte en is tijdens een operatie in de Salvator Kliniek te Hasselt overleden op 63 jarige leeftijd. Haar broer Henri viel op 76-jarige leeftijd uit een fruitboom.
17
De jongste van het gezin, Michel, huwde in Schalkhoven met Maria Gielen. Het zijn de afstammelingen van deze twee waarrond het eerste Verjansenfeest draait. Zie verder.
Merem ca 1926 De boerderij en kapel.
met A.I verbeterde foto feb 2026
We vertrekken te Schalkhoven. In 1752 wordt er Jan Gielen geboren. Hij woonde in de Dorpstraat, was er landbouwer en huwde met Maria Neven. Uit dit huwelijk volgen o.a. Catharina en Joannes Gielen.
Catharina Gielen (o 1775, + 1840) huwde met Struysers Joannes, een landbouwer van Schalkhoven. Joannes Gielen, geboren in 1788, huwt tweemaal. Zijn eerste vrouw was Ida Van Koozen, zijn tweede vrouw was Maria Hoho. Maria was de dochter van de toenmalige koster Matheus Hoho. Uit zijn eerste huwelijk zijn de kinderen Jan en Maria bekend. Jan volgen we verder.
Eerst even het tweede huwelijk met Maria Hoho. Hieruit volgen Maria Anna, Gertrudis en Catharina. Maria Anna huwde met Thijsen Jacobus. Hun eerste drie kinderen werden in België geboren. De volgende drie kwamen te Sittard in Nederland ter wereld. Dit gezin emigreerde immers in 1854 van Sint-Hubrechts-Hern naar Nederland. Vijf jaar later vestigden ze zich in de Dorpstraat te Schalkhoven. Catharina Gielen huwde met Petrus Lowet. Petrus, geboren te St.-Hubrechts-Hern, was kuiper van beroep en werd de eerste Lowet in Schalkhoven. Catharina en Petrus Lowet zijn de grootouders van Leo Lowet, de echtgenoot van Emelia Verjans.
Jan Gielen, zoon van Joannes en Ida Van Koozen, huwt in 1833 met Ida Reynaerts, geboren te Neerrepen. Ze vestigden zich in het ouderlijk huis in de Dorpstraat te Schalkhoven als landbouwer. Op deze boerderij woont nu Libert Verjans en Josée Kersten. In dit huwelijk komen 11 kinderen.
De oudste, Agnes, (1) huwt met Joannes Simons, eveneens landbouwer te Schalkhoven. Agnes overlijdt op 48 jarige leeftijd. Hun kinderen waren Wilhelmus, mijnwerker en woonachtig te Flexhe-Slins, Jan, idem, Ida ( huwde met Henri Hex, herbergier te Schalkhoven), Libert en Catharina. De tweede, Ida, (2) huwde met Mombeek Godefridus van Sint-Hubrechts-Hern. De derde is Bartholomevis Willem (3). Dan komt Joannes (4) of Jan. Joannes was landbouwer en huwde in 1861 met Elisabeth Morhay. Ze verbleven van 1884 tot 1910 op de boerderij Ridderborn te Vliermaalroot. Uit dit huwelijk sproten Ida, Joannes Lambertus, Ambrosius en Philomène. Joannes Lambertus huwt met Ceulemans Aldegondis van Kortessem. Dit waren de ouders van o.a. Octavie Gielen van Kortessem. Ambrosius huwt met Maria Wijsmans. Hieruit volgt als jongste Henri Gielen van Vliermaalroot. Dan komen er in het gezin Gielen-Renaerts drie kindersterften voor: Anna Maria (5), Veronica (6) en Libertus (7). Op de achtste, Libert, komen we verder terug. Libert huwde met Catharina Broers. Het zijn de ouders van o.a. Ida Maria Gielen. Franciscus (9) werd amper 3 jaar en Philomèna (10) 16 jaar.
Familiefoto van Gielen Matheus, Ghijsens Rosalie en kinderen
23
Ferrrariskaart 1777
24
26
Bakermat van het geslacht Broers is Moelingen, waar in 1537 reeds sprake was van een Claes Broers, afkomstig uit Berneau. De eigenlijke familiegeschiedenis begint echter pas met de twee gebroers Georgius en Egidius, vermoedelijk zonen van Jacob Broers, die in het begin van de 18de eeuw te Moelingen in de nog bestaande hoeve “Op de Bijs” woonden. Egidius of Gilles Broers was gehuwd met Ida Bastijns († 1768) en overleed op 22 november 1759, op 78 jaar. Deze tak schijnt momenteel uitgestorven te zijn, want alle Broersen van nu stammen af van Georgius of Joris, die ca. 1698 huwde met Anna Ruth. Het landbouwersgezin Broers-Ruth telde negen kinderen, waarvan er vier jong stierven en alleen Tossanus (1713-1803) en Henricus (1716-1757) nakomelingen hadden.
Tossanus Broers, gedoopt op 21 februari 1713 en ook landbouwer van beroep, huwde op 2 februari 1739 in zijn geboortedorp met Catharina Gelroe (1718-1809), die hem negen kinderen schonk. Beiden zijn de stamouders van de Broersen die we thans aantreffen in het zuiden van Nederlands-Limburg, o.a. in de streek van Eijsden, in en rond Tongeren en in de provincie Luik. Zo werd hun kleinzoon Willem geboren te Gulpen op 29 juli 1775, als zoon van Georgius Jacobus Broers (1739-1806) en van Maria Agnes Janssen (1746-1806). Hij huwde te Breust op 19 november 1797 met Barbara Cruyen (o1774 ). Hun oudste dochter, Elisabeth (o1798 ), huwde in 1820 met Pieter Pinckaers (1793-1858) die burgemeester werd van Eijsden; hun oudste zoon, Jacques (o1803), werd in 1826 tot priester gewijd en stierf op 9 mei 1873 te Aubel, waar hij pastoor-deken was. Een andere zoon van het echtpaar Broers-Cruyen was Jan Willem, geboren op 12 juli 1812 en te Eijsden gehuwd op 29 mei 1835 met Barbara Claessens (1809-1882). Hun drie eerste kinderen werden nog te Eijsden geboren, de volgende twee te Nuth. Van Nuth verhuisde het gezin ca. 1845 naar Bilzen, waar het vijfde kind geboren werd. In 1847 woonden ze te Werm, waar nog drie kinderen geboren werden. Hun negen kinderen waren dus in volgorde: Willem, Maria, Jacobus, Johannes, Balthazar, Georgius, Barbara, Anna-Maria-Chaterina en Leo. Jan Willem pachte er een boerderij. Het was ook in Werm dat op 7 november 1860 hun oudste zoon, Willem gedoopt in 1836, huwde met Maria Catharina Paquay uit Hoeselt. Dit jonge gezin vestigde zich te Hoeselt, waar zes van hun negen kinderen geboren werden. In 1874 verhuisde dit landbouwersgezin naar Mal, waar hun andere kinderen geboren werden en nog steeds afstammelingen wonen, eveneens in Tongeren. De jongste dochter van Jan Willem en Barbara Claessens, Anna-Maria-Chaterina, geboren op 18 augustus 1850 te Werm, is een van onze stammoeders. Zij huwde met Libert Gielen van Schalkhoven. Zij waren de ouders van Maria Ida Gielen, haar ongehuwde broers en Leopold. Omdat hier de moederlijke wieg van onze ouders, grootouders, ... ligt, kom ik er elders in dit boek uitgebreider op terug.
Een andere zoon van het echtpaar Joris Broers en Anna Ruth en broer van Tossanus, gehuwd met Catharina Gelroe, was Henricus Broers. Hij werd te Moelingen gedoopt op 2 januari 1716, huwde op 4 april 1744 met Elisabeht Lebens uit Gronsveld (1722-1794) en overleed op 4 februari 1757. Hij ook was landbouwer van beroep en schepen van de bank Moelingen. Een achterkleinzoon van deze schepen was Henri Hubert Broers, geboren te s’Gravenvoeren op 27 april 1881 als zoon van Guillaume Hubert en Catharina Ulrici en de echtgenoot van Hubertine Cerfontaune. Hij was vele jaren burgemeester van ‘s Gravenvoeren, waar hij op 28 november 1941 overleed. Zijn jongste zoon Hubert, geboren in 1925, is de vader van Huub Broers, een welgekend politicus in de gemeente Voeren. Het stamhuis Broers te Moelingen, bekend onder de naam “ Op de Bijs” is nog steeds in bezit van de familie.
27
Libert Gielen, zoon van Jan Gielen en Ida Reynaerts, werd op 2-6-1846 geboren. Hij trouwde op 4-6-1873 te Werm met Broers Catharina (zie familiekroniek Broers). Na het overlijden van zijn ouders nam hij de boerderij over. Deze had al een aardige omvang en hij verwierf nog meer landbouwgronden. Dat blijkt uit de gevonden notariële akten. Op cruciale momenten in zijn leven vond hij het hanenvechten het belangrijkste. Libert was voorzitter van de kerkfabriek, schepen en lid van het armenbestuur, nu het OCMW. Er werden zes kinderen geboren: Maria-Catharine, Jean, Guillaume, Maria, Philomena en Leopold.
27
met AI verbeterde foto's
29
Generatie 8.
Zoals gezegd is Michel te Merem en Maria te Schalkhoven geboren. Van beiden weten we nog maar weinig. Waar zou dit koppel de eertse ontmoeting gehad hebben?. Ik heb een vermoeden dat ze mekaar hebben leren kennen te Werm. Anna Clerckx, Michels moeder, haar Hubert woonde te Werm. Maria’s moeder, Chatharina Broers, was afkomstig van Werm. Wie weet wat er zich op Wermkermis rond 1900 afspeelde?
30
31
Antonie Verjans en Willem Steegmans.
Antonie en Willem woonden beiden te Merem. Antonie werd te Merem geboren, Willem te Hoeselt. Raakten verliefd en trouwden op 15 april 1928 te Maasmechelen, waar ze tijdelijk verbleven in hotel “Bon Séjour”. Later trokken ze in bij apotheker Kerkhofs, eveneens afkomstig van Bilzen. Vandaar verhuisden ze naar de markt te Bilzen (nu huis Roebben) waar ze een lingerie- en babyartikelenwinkel openden. Daar werden twee kinderen, Maria en Marcella, geboren. Dan verhuisden ze naar de Hospitaalstraat te Bilzen, daar werd Agnes geboren. Vervolgens gingen Antonie en Willem terug naar het ouderlijk huis te Merem en werd de vierde telg Jan geboren. Later werd verhuisd naar de Tongersestraat te Bilzen en nog een paar jaar later naar de Meremweg nr 4. Hier kwamen Valentine, Jozef en Damiana ter wereld. Tenslotte keerden ze na verbouwing in 1965 terug naar het geboortehuis van Antonie in de Haakstraat 6 te Merem. Daar bleven ze wonen tot aan hun dood. Willem stierf op 26 augustus 1984 en Antonie op 31 december 1984.
Agnes Verjans en Hubert Peters.
Op 7 februari 1903 werd Hubert geboren te Vliermaal, zoon van Libert Bonifacius Peters en van Vanvinckenroye Anna-Catharina. Agnes werd geboren te Bilzen op 26 april 1906, dochter van Michel Verjans en Maria Gielen. Ze leerden elkaar kennen te Schalkhoven. Aangezien ze amper honderd meter van elkaar woonden, was dat gewoon. We merken op dat Veronique, de zuster van Hubert, huwde met Agnes’ broer Laurent. Ze traden in het huwelijk te Schalkhoven op 5 september 1934 en namen hun intrek in een klein boerderijtje te Merem. Daar werden hun zes kinderen geboren, vier jongens en twee meisjes: Jozef, Libert, Laurent, Julien, Maria en Josée. Hubert en Agnes werkten op de boerderij. Daarbuiten was Hubert ook gemeenteontvanger van Schalkhoven. In 1945 nammen zij hun intrek in de hoeve bij Michel Verjans, nadat deze gestopt was met zijn bedrijf, al dan niet verplicht door een dijbreuk. Daar verbleven ze tot 1963 en verhuisden dan naar de Wagenstraat, eveneens te Merem, waar ze in de schaduw van het patersklooster een nieuwe boerderij gebouwd hadden. Hier overleed Hubert op 29 maart 1966 en Agnes het jaar nadien in het ziekenhuis te Bilzen op 28 april 1967. Momenteel hebben ze 14 kleinkinderen en 7 achterkleinkinderen.
Emelia Verjans en Leo Lowette.
Emilia, geboren op 2 juni 1907 te Schalkhoven, was het derde kind van Michel en Maria. Ze groeide op te Schalkhoven. Leo Lowet werd te Schalkhoven geboren als vijfde uit een gezin van acht op 4 april 1903. Hij groeide eveneens op te Schalkhoven. Emelia en Leo woonde op niet minder dan vijftig meter van elkaar. Zeer vroeg voelden ze iets voor mekaar. Ze speelden samen en gingen samen naar school. Daar kwam meer van... Later trouwden ze te Rijkhoven zonder veel steun vanwege de ouders van Emelia. Emelia, ook wel Milja genoemd, en Leo namen samen de ouderlijke woning van Leo over aan het kruispunt van Schalkhoven.
32
Laurent Verjans en Veronique Peters
Laurent en Veronique werden beiden geboren in Schalkhoven, Veronique in 1907, Laurent in 1908. Op nauwelijks honderd meter van mekaar wonend, groeiden ze samen op, gingen naar dezelfde school en kerk en vonden mekaar regelmatig terug in hun vrije tijd. Na hun lager onderwijs ging Veronique drie jaar naar “de Soeurs de Marie” in Glons. “Om haar frans te leren” zoals dat toen heette. Ondanks haar goede resultaten diende ze daarna thuis te blijven om te helpen op de boerderij en in het grote gezin. Laurent werd “voerman” op de boerderij bij zij broers Libert en Jules. Hij werkte met de paarden en stond grotendeels in voor hun verzorging. Ron van de Gielen en Veronique van Peters leerden mekaar kennen langs Stefanus Lowet en Fernand Peters die boezemvrienden waren van Laurent. Ze trouwden op 20 oktober 1936 voor de wet en ‘s anderendaags voor de kerk. Als huwelijksreis was een abonnement voorzien om per trein een week rond te reizen in België. Een zekere “Maria” die tijdens de eerste oorlog als vluchtelinge bij Gielen verbleven had, had hen daartoe aangezet en ook enkele dagen logies aangeboden in Antwerpen. Het begon al slecht want bij de verplaatsing naar Hoeselt had de chauffeur, Meester Willems, een ongeval, zodat ze nog maar net hun trein haalden. De trip beviel de kersverse echtgenoot niet goed, hij had heimwee naar de boerderij en de beesten. Na drie dagen was er geen houden meer aan en keerden ze vroegtijdig terug. Er stond een koe op kalven en daar wilde Laurent zonder fout nog bij zijn. Het huwelijks- en gezinsleven verliep- zoals dat wel meer gebeurde in die tijd- op speciale manier. Veronique bleef wonen en werken bij haar thuis. Laurent kwam er ‘s nachts slapen, maar ging tijdens de dag terug naar het ouderlijk huis om er samen met zijn twee broers te werken. Toen Ma ( Maria) stierf stond vooral Libert in voor het huishouden, al was er soms wat hulp van “ Maria van Coxkes” Dit bleef zo tot 1 april 1955, toen Josée Kersten, de vrouw van Libert, in Schalkhoven kwam wonen en Laurent na de deling bij de familie Peters-Vanvinkenroye samen met Veronique de boerderij overnam. Ze waren toen bijna 19 jaar getrouwd en hadden hun vijf kinderen, waarvan de oudste, Jos, reeds 17 jaar was en vanaf juli thuis bleef om op de boerderij te helpen. Laurent kan het best getypeerd worden als een “boer in hart en nieren”. Hij was samen met zijn broers gespecialiseerd in het kweken van kwalitatieve rasrunderen. De jaarlijkse vee- prijskampen in Borgloon, Tongeren en later in Alt-Hoeselt waren een ware gebeurtenis. Er werd een hele rits aan eremedailles en eerste prijzen behaald. De veeprijskampen kregen gewoonlijk een staartje, Zoals die keer dat het hele gevolg, de kampioenstier incluis, zijn intrede deed in het café “Bij de Koster”. Een hele tijd was ook de bondstier kind des huizes bij de gebroeders Verjans. Coppi was een van de bekendste zware heren en een beroemd stamvader.
33
Jef Verjans en Maria Vandormael
Jef is geboren te Schalkhoven op 13 augustus 1910. Toen hij 3 jaar was (sommigen menen 5 jaar) werd hij meegenomen naar het vaderlijkhuis in Merem. Daar groeide hij op samen met zijn zusters, Antonie en Maria, en zijn tantes en nonkels: Nonk Jozef, Nonk Hari, Tante Fien, Tante Net, Tant Neske. Hij ging naar school in Bilzen. Nadat hij zijn plechtige communie had gedaan moest hij op internaat in Visé; (alles in 't Frans) zonder dat hij er een woord van verstond; bij strenge paters (er waren toen nog geen andere) gedurende 2 of 3 jaar. Op zijn 18de is hij soldaat geworden. Hij maakte deel uit van de lanciers te paard. Hij was ordonnance van de officier. Op 15 december 1931 ter gelegenheid van de grote kermis te Vliermaal was Maria genodigd op de kermis bij haar tante Fien. De mensen noemden Lenaers maar men zei "bij SNELLINX" . Laurent Verjans, de broer van Jef, had er kennis met een van de dochters en zo werd daar ook zijn familie op de kermis genodigd. Ook de "zilveren mannen" Djang en Gilliam Gielen, broers (jonkmannen) van ma Verjans - Gielen Maria waren er genodigd en ma zelf en ook haar zonen en dochters, broers, zusters van Laurent: Agnes Jules, Libert, Emelia, ... 's Avonds op de kermis zelf leerde Jef Maria kennen. Ook René Colla leerde er Maria Verjans kennen. Er was daar ook nog een Pierre van Munster (de broer van nonk René) maar schijnbaar met minder succes. Ons Bonne was er ook met al haar nichten en neven. 's Avonds liepen ze allen gearmd over straat en vormden een grote ketting (er waren nog bijna geen auto's). En Jef bracht Maria naar huis. Maar ... de Pastoor (Mercken zaliger) had lont geroken. Waarschijnlijk was peet Vandormael bij de pastoor voor inlichtingen geweest over die kwa-jong van Merem?! Hij kwam Maria overlezen dat het geen toeren waren die jongen het hoofd op hol te brengen. Zij moest die jongen gerust laten en thuis laten. Zij was nog veel te jong. Op de derde zondag van mei werd echter Krijt-kermis gehouden in Diepenbeek. Maria was er genodigd bij nonk Hari op't Krijt. In die tijd schuimde al het jonge volk alle kermissen af en Jef van Merem was er ook. Het was terug aan en nu voorgoed. Jef kwam alle zondagen als hij het klaar gespeeld kreeg in Merem, hij moest omwille van de huisvrede met nonkels en vooral met tantes nogal eens dikwijls overslaan. Als er echter een onweer dreigde of een koe moest kalven of er was een paard met penspijn, God weet wat er nog kon aan de hand zijn, dan belde hij bij 'Hari van Plin' dat hij die zondag niet kon komen. Jef en Maria hebben 4 jaar gecaresseerd. Vrijen was toen nog niet uitgevonden. De pastoors in die tijd hadden iets tegen lange verkeringen. Wat??? Dat weet tegenwoordig geen mens meer.
34
In Merem moet men het met 'die van Diepenbeek' niet hoog op gehad hebben. Ze zegden altijd tegen Jef: "Gij moet daar nu maar wat met uw tenen in de mulle zand gaan dabben". Maar ... Pa Michel had zich toch de moeite getroost. Hij was met de fiets van Merem naar Diepenbeek gekomen ,hij moest tekenen bij het huwelijk van zijn zoon. Hij was echter een statie te vroeg gestopt en zat in de "3 Pistolen" het hele zaakje uit te loeren. Hij kwam gauw om te tekenen toen ze op 't gemeentehuis waren en dook als de weerlicht terug onder in de "3 pistolen" . Als hij dan 'goed geladen' was is hij terug naar Merem gefietst. Gelukkig moest men in die tijd nog niet in't zakje blazen.
Jef en Maria gingen op huwelijksreis naar de expositie in Brussel. Ze gingen per trein, maar overnachtten in Leuven. Jef had er via de paters een studentenkamer gehuurd, naast de St-Jozefskerk. 's Nachts, ge weet hoe dat is op den vreemde, daar slaapt ge niet al te goed. Jef moest naar het huiske (gemak), zeg maar een plank met een gat erin. Dat was via de trap en de gang naar buiten. Op de koer in het donker en in zijn slippen komt hij een witte pater tegen, ofwel was het iemand met een wit flanellen nachtkleed aan. De pater schrok en vroeg: "zijt gij een geest en zoekt gij God?" "Neen" zei Jef "Ik ben Jef en zoek de pot." 's Zondags 's avonds waren ze terug thuis en 's maandags naar 't veld voor de patattenoogst. "In de mul dabben," zeiden ze in Merem.
Bompa was in Merem altijd voerman geweest. Hij had een paar ouwe 'strampen' meegebracht, die hij er al had gedragen van zijn vader. Er was al een gesp en een riempje af, kortom, 't was ouwe brol. Dit was echter buiten de waard gerekend. In Merem werd beweerd dat die niet van hem waren en hij moest ze teruggeven.
En dan is er begonnen met kindjes kopen: 1936 Maria, 1937 Jean, 1938 René, 1939 Laurent, 1941 Jef, 1944 Jetje, 1946 Therese, 1949 Marcel, 1952 Jozefa, 1952 Anne-Marie.
En ge weet wat Jefs hobby was? Hij kweekte bijen en slingerde honing.
In 1939 werd hij opnieuw gemobiliseerd. Bij de geboorte van Laurent was bompa in Vedrin gelegerd. Peet, Jeang Vandormael, ging met de fiets naar het station en deed daar een telegram naar Vedrin. De telegram berichtte het volgende: "Diepenbeek à 7.00 heureuse naissance 4 enfant Maria se porte bien attendons ton retour: J. Vandormael Diepenbeek" De overste van 't leger kwam met deze telegram naar hem toe in de mis en zei dat hij naar huis mocht. Jef was een heel brave man (veel te braaf hoorden we Maria in een onbewaakt ogenblik zeggen). Hij ging elke dag naar de mis bij het leger.
Bij het uitbreken van de oorlog op 11 mei 1940 stond er een man, iemand van de gemeente, om 6 uur 's morgens hem wakker te bellen. Hij moest zijn compagnie vervoegen en vertrok. Bij de capitulatie mocht Jef naar huis. Hij kwam samen met een Duitse soldaat mee tot Diest op een vrachtwagen. Daar moest hij overnachten. 's Anderendaags kwam hij door tot Diepenbeek. Jef was niet om aan te zien. In al die tijd (+/- 14 dagen) niet meer geschoren of gewassen. Niet herkenbaar. Net een vogelschrik. In de Grand Café mocht hij zich wassen en scheren.
35
Jef werkte hier mee op de winning. Peet Vandormael deelde dan 's zondags de pré uit. De broers van Maria kregen 20 fr. Jef kreeg 10 fr, die zijn vrouw en kinderen werden immers ook gehouden. Van die 10fr bracht Jef dan van bij de bakker (Fons van Sooi) 'De Beukelaer' wafeltjes mee voor de kinderen. Voor Maria kon er zelfs af en toe zo'n klein rijstvlaatje af. (+/- 10cm diameter).
Tot op heden hebben Jef en Maria 29 kleinkinderen en 8 achterkleinkinderen.
Maria Verjans en René Colla
Maria werd te Schalkhoven geboren op 23 juli 1913. René op 12 juni 1912 te Munsterbilzen. René, wiens vader brouwer was, is in Munsterbilzen gekend als René van de brouwer. Maria en René leerden mekaar kennen op Vliermaalkermis ten huize van de familie Lenaers, in de volksmond "bij Snellinx". Ook Maria's broers, Laurent en Jef, waren er met bepaalde bedoelingen aanwezig. Later, als René in Merem met Maria ging vrijen, werd er aardig toezicht gehouden door de ongehuwde tantes en nonkels. Bij ieder afscheid aan de poort, dat moest voor negen uur s'avonds gebeuren, was het koppel steeds vergezeld van een controleur. Maria en René huwden in mei 1936 te Schalkhoven en trokken naar de Heide in Munsterbilzen. Ze baatten er een boerderij uit. In 1948 startte René een autobusbedrijf. Hij voer onder andere Limburgse metaalarbeiders naar de Luikse staalfabrieken. Vanaf 1966 legde hij zich meer toe op zijn landbouwbedrijf : aanvankelijk pluimvee en later varkens en koeien. Dit deden ze tot in 1976 toen ze, omwille van de uitbreidingen van het Koning Albertkanaal, werden onteigend. Ze verhuisden naar hun nieuw gebouwd huis in de Oudeheidestraat, aan de andere kant van de Taunusweg. Rentenieren was nu hun grootste bezigheid. Er kwamen vijf kinderen: Lambert, Michel, Pierre, Jef en Ludo. In 1986 vierden Maria en René hun gouden huwelijksjubileum. En ze hebben 9 kleinkinderen en 2 achterkleinkinderen.
36
Libert werd geboren op 16 juli 1917 te Schalkhoven. Groeide er op samen met zijn broers Jules en Laurent, zijn zusters Agnes en Emelia en niet te vergeten hun suikernonkels, Jean en Guillaume Gielen. Rosalie Gielen, die later naar Frankrijk verhuisde, was zijn meter en Willem Lambrechts zijn peter. Wat deed Libert als vijfjarige samen met nog enkele anderen in de schuur toen deze in de fik sloeg? De schuur brandde toen volledig af.
Op 19 jarige leeftijd werd Libert infanteriesoldaat (piotten) bij het Belgisch leger. Eerst in de Kolonel Dussart kazerne te Hasselt, later in het Kamp van Beverlo. Na een jaar zwaaide hij af. Maar door het toenemend gevaar vanuit het Oosten werd hij in 1938 weer opgeroepen om kamp te doen. Na tien dagen, op Bilzenkermis oktober 1938, zwaaide hij weer af. Niet voor lang echter. Want in september 1939 werd de algemene mobilisatie afgekondigd. Hij moest naar Kesselt om er een dam tegen de Duitsers op te bouwen. Hij spande er pikkeldraad en gaf eten aan andere soldaten, die het kanaal moesten bewaken. In Kesselt kreeg hij logies bij boer Nelissen. Toen de hel lost barstte op 10 mei 1940 lag hij in de loopgrachten aan het kanaal te Munsterbilzen. Libert zag op enkel uren meer bommen, granaten en doden dan hem lief waren. Eens de Duitsers over het kanaal waren ging hij op de vlucht. Aan de Leie in de omgeving van Gent werd hij op 20 mei gevangen genomen. Samen met duizende andere gevangenen heeft hij twee dagen en nachten, zonder eten en drinken, in een weide plat op de grond gelegen. Het hoofd omhoog heffen werd beantwoord met een regen van kogels. Op 23 mei vertrokken ze te voet naar Nederland om vanuit Walshoorde met drie boten naar Duitsland te varen. Op het Hollandsdiep in Willemstad voer op 30 mei een van de drie boten, de “Renus 127”, op een mijn. Velen van zijn lotgenoten verloren voor de ogen van Libert het leven. Na twee á drie dagen met eten maar zonder drinken in Duitsland aangekomen, werden ze in beestenwagons zeer dicht op mekaar gedrongen met bestemming Oostenrijk. Hij werd er ondergebracht in kamp Stallag 17B in Krems aan de Donau. Dadelijk werd iedereen er ontsmet, haren afgeschoren, kleren uit en afgestoomd. Dan volgden drie weken praktisch zonder eten en drinken. Uitgehongerd kwam hij bij Frans Wibber te Fals aan Walgram aan. Daar moest hij op het veld en in de wijnbergen werken van ’s morgen zes tot ’s avonds zeven. Hier was er voldoende eten. Na negen maanden hard werken keerde hij terug naar het kamp. Daar werd hem het heugelijke nieuws medegedeeld dat hij naar huis mocht. Na twee dagen en nachten reizen met de trein kwam hij te Antwerpen aan. In een cinémazaal verbleef hij nog een nacht om zich op te frissen. Op 6 februari 1941 arriveerde hij in Tongeren, waar hij als eerste zijn zus Emelia ontmoette. En spoedig was hij thuis.
Het leven op de boerderij ging weer verder. Na de dood van zijn moeder stond hij in voor de pot. Libert woonde op dat moment samen met zijn broers, Laurent en Jules, op de boerderij.
Josée werd te Grimmertingen, een gehucht van Vliermaal, tegenover het huidige restaurant “Clos Saint-Denis” geboren op 16 april 1927. Ging in Zammelen naar de lagere school. Op haar dertiende moest ze op internaat te Luik. Door de nachtelijke bombardementen bij het uitbreken van de oorlog werd de school gesloten. Later ging Josée nog enkele jaren naar “de soeurs de Marie” in Glons.
Libert en Josée hebben mekaar voor het eerst opgemerkt te Neerrepen, bij een vriendin van Josée op de kermis. Josée, die toen twintig was en nog nooit lang van huis weggebleven, ging bij Gaby Roeben op de kermis maar moest voor de donker thuis zijn. Libert was er ook en ging met een zekere Simonne uit. Het jaar later, alweer op de kermis te Neerrepen, mocht Josée bij haar vriendin slapen blijven. Er werd wel gepraat, maar het klikte nog niet. Nog enkele pogingen en zoektochten waren er nodig voordat de verkering begon. Dit was in Tongeren op 20 maart 1949. Toen Libert voor de eerste keer naar Grimmertingen trok, was hij vergezeld van al zijn vrienden. De koer zat daar vol met Schalkhovenaren. Op 5 september 1953 trouwde het koppel. De huwelijksreis ging naar Lourdes. Op de hotelkamer werd Josée voor het eerst met de zweetvoeten van Libert geconfronteerd. Waar ben ik aan begonnen dacht ze toen. Op 1 april 1955 trok Josée definitief naar Schalkhoven. Na zes jaar wachten werden Ghislaine, Jos en Monique geboren. Libert en Josée hebben voorlopig (!) 7 kleinkinderen.
Jules Verjans
Jules werd geboren op 26 juli 1923. Zij meter was zijn oudste zus, Antonie. Hij groeide op in Schalkhoven. Op 12 jarige leeftijd werd hij getroffen door het vliegende jicht. Hij werd hardhorig en later doof. Hierdoor kon hij toch niet voluit van het leven genieten. Ondanks zijn doofheid wist hij vaak over wat het ging in een gesprek, hij kon liplezen. Hij woonde bij zijn broer Libert en schoonzus Josée in. Hij hielp er op de boerderij. Libert en Jules waren altijd samen. Jules aan het stuur van de traktor en Libert achter op de plank. Zo reden ze jaren veld in en uit. Als er wat harder moest gewerkt worden blies hij al wat harder. Hij legde graag een kaartje en voor zijn duiven had hij tijd genoeg. Uren heeft hij op zijn duiventil doorgebracht. Niet altijd zonder succes. In 1974 werd hij klubkampioen en won een fiets. De laatste jaren ging zijn gezondheid erop achteruit. Jules bleef ongehuwd en stierf op 5 oktober 1994. Libert en Jules hebben gedurende 71 jaren samen gewerkt en geleefd. Weinigen doen dit na.
38